Basalt

Basalt

De geur van diesel brengt me terug naar die middag in oktober. We liepen op het strand tussen Wijk aan Zee en IJmuiden. De wind waaide ons haar naar voren, waardoor ik steeds na tien passen achteruit ging lopen om mijn blonde slierten van de wijs te brengen. Jij liep harder. Je leek haast te hebben en op weg naar iets anders dan ik. 

Eigenlijk haatte ik je toen al. Ik verafschuwde de manier waarop je je voeten in het zand boorde, hoe je je donkergrijze wolfskin jas bij de kraag vasthield en de verbeten trek om je mond. Je was langer stil dan dat je sprak. En als je probeerde iets te zeggen, schreeuwde je. Je sloeg je woorden in mijn gezicht alsof je er zeker van wilde zijn dat ze een afdruk nalieten. Dit maakte mij misselijk. 

Ik voelde mijn hoop met de stroming meevloeien. Terug de zee in, terug naar waar het vandaan kwam. Met lege handen en onzekere stappen wandelde ik je achterna. Er waande gedachtes door mijn hoofd waar ik maar geen grip opkreeg. Geen idee wat er bij te voelen en vooral niet wat er bij te zeggen. Steeds als ik probeerde iets onder woorden te brengen sloeg het net zo dood als de golven op de Noorderpier.

foto-28-10-2013 287 (de Noordpier)Tussen de basaltblokken speurde ik wanhopig naar  krabbetjes, alsof ik op zoek was naar iets wat ik kon   vasthouden.  Iets wat duidelijk is en op die plek hoort te zijn. Maar meer dan wat plukken zeewier vond ik niet. Stiekem likte ik er aan. Ik proefde het zout op mijn tong en onderdrukte de neiging om het in mijn zak te stoppen. Jij stond daar maar. “ Zullen we gaan?” riep je. “ Ja, we gaan” fluisterde ik, stond op en liep gedwee weer jouw kant op.

In de haven rook ik precies dezelfde geur als nu. De motor draait nog. Het sterkste onderdeel van de Volvo zei je altijd al. De berm voelt nat en modderig. Mijn vingers zijn blauw maar ik voel geen kou. Nog één keer kijk ik naar je bruine krullen, je muts hangt aan een tak. Het straaltje bloed langs je slapen kleurt mooi bij je sjaal.

Ik trek een handje bermgras uit de grond. Eén spriet stop ik in mijn mond en de rest prop ik in mijn zak. Ik sta op en als vanzelf volgen mijn voeten langzaam een onzichtbaar pad. Een pad dat als een golfbreker voor me ligt, met scherpe punten maar onverslijtbaar.

Advertenties

2 reacties

  1. ai, wat spannend!! Het verhaal blijft boeien tot het eind!!! knap hoor!!!!

  2. Wat goed, dit. Indringend, beklemmend geschreven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: